Trekken met de tool Trekken

Gebruik de tool Trekken voor het offsetten, extruderen, omdraaien, sweepen en schetsen van zijden. U kunt de tool ook gebruiken voor het afronden, afschuinen, extruderen, kopiëren of draaien van randen. U kunt ook een punt verslepen met de tool Trekken om een lijn te tekenen op een schetsvlak.

De tool Trekken kan ook worden gebruikt op facetten in gefacetteerde objecten.

Het verplaatsen van de top van de kegel, zorgt voor een wijziging in de hoogte. Als u deze door een basisvlak trekt, wordt het omgezet in een kegel. Trekken door een lus aan randen, die zijn bevestigd aan een hoekpunt, maakt conische zijden op de hoeken, indien dit geschikt is.

U kunt een zijde selecteren, deze vervolgens trekken, overal naartoe verslepen, of u kunt klikken, slepen en een gemarkeerde zijde loslaten. In het algemeen blijft het resultaat van het trekken geselecteerd of gemarkeerd na de trekbewerking.

De actie van de tool Trekken is afhankelijk van welke zijden en randen u selecteert om mee te werken, en welke zijden, vlakken of randen u selecteert om de wijziging mee uit te voeren. Bijvoorbeeld, als u ervoor heeft gekozen om met een zijde te werken, selecteer dan een rand om de trekbeweging "mee uit te voeren". De tool Trekken gaat ervan uit dat u de zijde rond die rand wilt draaien. Indien er meerdere acties kunnen worden uitgevoerd, kunt u de toolguides gebruiken om de inmenging van de tool Trekken te corrigeren. De tool Trekken behoudt alle offset-, spiegel-, patroon-, of coaxiale relaties

Als u een zijde trekt, zijn er twee beslissingen die u dient te maken. Ten eerste moet u bepalen in welke richting u de zijde wilt trekken. Er wordt een standaard richting aangeboden, maar deze kan worden overschreven met de toolguide Richting. De tweede is om te bepalen wat er gaat gebeuren op de randen van de zijde. De randen van de zijden worden standaard bepaald door hun "buren", maar u kunt dit gedrag overschrijven door de randen te omvatten in uw Trek-selectie om een extrusie te maken. Als u trekt, worden verbonden afschuiningen automatisch verwijderd en vervangen.

Opmerking: Als u het tabblad Ontwerp hebt geopend met de functies voor plaatmetaal geselecteerd, werkt de tool Trekken net zoals in Plaatmetaal. Om net zoals normaal te werken, klikt u met de rechtermuisknop op het plaatmetaaldeel in de boomstructuur en selecteert u Plaatmetaal uitsluiten in het contextmenu.